Het lichaam van een man – gezond, jong, wit – is altijd de standaard geweest in de gezondheidszorg. De meeste klinische testen worden uitgevoerd op mannenlichamen en veralgemeend naar vrouwenlichamen.
Dat heeft gevolgen voor de gezondheid van vrouwen, van intersekse personen én van mannen: het leidt tot verkeerde diagnoses en onjuiste behandelingen.
Vrouwen ondervinden vaker bijwerkingen van medicijnen en belanden daardoor 33 % vaker dan mannen in het ziekenhuis.
Osteoporose en borstkanker werden ten onrechte gezien als vrouwenziekten, waardoor mannen vaak niet gediagnosticeerd werden.
Vrouwen hebben meer kans om te sterven aan een hartaanval dan mannen omdat de symptomen verschillen en bij vrouwen minder snel herkend worden.
Plasticvervuiling treft vrouwen harder, doordat hormoonverstoorders in (micro)plastics kunnen leiden tot onvruchtbaarheid, borstkanker en zwangerschapscomplicaties zoals vroeggeboorte.
Tot op vandaag gebeurt er minder onderzoek naar lichamelijke klachten die enkel vrouwen ervaren, zoals menopauzeklachten en bijwerkingen van hormonale anticonceptiemiddelen.
Eén aspect die een gender- en cultuursensitieve gezondheidszorg kan bekomen is goede educatie. In 2025 onderzochten we de studiefiches van de opleiding verpleegkunde.
Cultuur- en maatschappelijke sensitiviteit kwamen vaker voor dan gendersensitiviteit in de opleiding, maar beide blijven zwaar onderbelicht. Bovendien bevonden vakken die zich specifiek op diversiteit richten vaak in de lijst met keuzevakken, waardoor niet iedere student hierover leert.